NIET ZONDER ONS

Hemelvaartsconventie CWN – CWJ 2019

Delen uit een dag in Delden – Woensdag“Ik heb mijn wagen volgeladen vol met oude wijven…”, zingt het in mijn hoofd als ik terugdenk aan de dag van vertrek. Een glimlach op mijn gezicht. Mijn vriendinnen en ik schelen wat jaartjes, maar ik noem ze liever oude wijzen. Volgeladen. Dat zeker. Drie vriendinnen en twee schatten van tieners maken de inhoud van de geleende bus kostbaar. Verder is de wagen natuurlijk volgestouwd met tenten, slaapzakken en alles wat maar met kamperen te maken heeft. Volgeladen ook met zin en goede moed. We zijn op weg naar de conventie. We zijn samen op weg naar: niet zonder ons. Dat begint met verschijnen. Wij zijn present.

We vormen met een kring aan tenten en mensen uit Zeist en (verre) omstreken al gauw een ware conventiefamilie. Rob Proost – onze topkok deze dagen- weet zelfs van een zogenaamde “patatdag” een waar feestmaal te maken vandaag. De maaltijden die nog volgen zijn in één woord heerlijk. Met verse biologische producten. De sfeer onderling is ook heel milieuvriendelijk trouwens. Een warm welkom en gemoedelijk samen zijn doet een mens goed.

“Zing, vecht, huil, bid, lach werk en bewonder… niet zonder ons, niet zonder ons”, van Ramses Shaffy, klinkt door de kerkzaal. Er zijn 250 kinderen en 170 tieners die hun eigen programma hebben. En, wij als volwassenen, luisteren vanavond naar de lezing van Nicolaas Sintobin, een voormalig advocaat, die zich als priester specialiseerde in ignatiaanse spiritualiteit. Zijn stem en zacht vlaamse accent herken ik direct. Van de podcast Bidden Onderweg die ik dagelijks beluister. Vandaag spreekt hij over daadkracht en wachten op de Geest. Over onderscheiding wat van God komt (en wat niet). Niet alleen wij hebben God nodig, maar God ook ons. Niet zonder ons. Zijn Geest woont in ons. Ik denk van hem te hebben verstaan dat als ik voor een (belangrijke) keuze sta, dat ik dan vanbinnen kan gewaarworden welke van de opties mijn denken en voelen rust geeft. Die rust is een aanwijzing welke keus ik het beste kan maken, volgens deze internetpastor.

 

Delen uit een dag in Delden – donderdag

Donderdagmorgen, een hemelvaartsviering. Een (inter)actieve dienst met muziek, zingen en verschillende uitnodigingen om de gaven van de Geest te verkennen danwel te oefenen. Zo word ik uitgenodigd om in gedachten open te staan voor een beeld of filmpje waarbij ik met Jezus langs de vijver op de conventie loop. Dat wil ik best proberen, ik sluit mijn ogen. Ik grinnik in beginsel, om mezelf, als ik spontaan fantaseer dat er in die vijver badeendjes dobberen. In alle kleuren van de regenboog en dat niemand zich meer een vreemde eend in de bijt voelt. Daarna, als ik stiller word, verrast een beeld/fantasie me. Of de Geest daarin aanwezig is kan ik (nog) niet onderscheiden, maar in dit beeld loop ik met Jezus, de tuinman (in de ogen van Maria, uit het verhaal na de opstanding) langs de vijver richting mijn tent. Plots en dat verraste me staat Jezus daar tot zijn middel in het water. In een wit gewaad, met wijde witte mouwen die in het water hangen. Ik “zie” mezelf voor hem staan. Mijn hoofd licht gebogen, want hij doopt mij met zijn handen, met water op mijn hoofd. Ik “hoor”de zin: ik zal je toerusten met mijn Geest. En ik voel een bedding van rust en dat ik niet bang hoef te zijn, van vertrouwen en adem. Er rolt een traan over mijn wang. Of het nu mijn eigen fantasie of toch iets van zijn Geest is, of wellicht een wonderlijke samenwerking tussen beiden, dat doet er niet zo toe. Het raakt me en het geeft me hoop en nieuwe moed. Dat doet er toe.

’s Avonds is het feest. Een concert van Trinity.  De rode wangen en stralende ogen van heel blije mensen zijn veelzeggend. Er is gesprongen en gedanst. Het dak ging er af. Klinkt als een echt concert hè?!! En dat zomaar hier, in een kerkzaal, op de conventie. Gaaf.

 

Delen uit een dag in Delden – vrijdag

De wereld redden? Rob Timmerman vertelt ons er tot op het bot over. Dat vraagt moed. Om aan te kijken. Om naar zijn heftige en tevens ontroerende verhaal, als schipper op een reddingsboot op de Middellandse Zee, te luisteren.  De beelden van bootvluchtelingen, van wie gered én van wie verdronken zijn. Ze krijgen een gezicht. Hij geeft ze stem. En dan is er in één van zijn ervaringen plots het moment dat er een klein kistje boven de hoofden van de bootvluchtelingen wordt doorgegeven. Het blijkt een schatkistje. Er zit een baby in, Sara heet ze. Ik denk nu in een flits aan een kribbe. Ik denk in een flits dat dit ook een doodskistje had kunnen worden, ik denk aan dat verhaal van de pasgeboren Mozes.

Ik worstel tijdens de lezing met een mengelmoes aan emoties, van heilige toorn tot hartverwarmend, van verontwaardiging om het schrijnende onrecht, alsook ontroering. Om het: en toch. Om het: niet zonder hen, God niet zonder ons. En ik vouw in gedachten mijn biddende handen om het meisje Sara heen. Woorden heb ik niet, alleen stille tranen. Het raakt me diep, tot in mijn moederhart. Hij geeft ons de vraag mee: hoe kun jij van betekenis zijn voor kwetsbare mensen in jouw omgeving? Is er één (vluchteling) met wie jij contact kunt maken als je weer thuis bent?

Naast het hoofdprogramma in de ochtend en avond, is er ’s middags ook genoeg te doen en laten. Er zijn werkgroepen, maar er is ook alle vrijheid daar niet heen te gaan, een wandeling te maken, bij de tent te bivakkeren, van keuvelen tot een diep gesprek, het heffen van een glas of doen van een middagdutje. Voor elk wat wils. De kinderen gaan graag naar het zwembad, daar gaf de zon ook stralende reden toe.

Vrijdagavond volgt er een dienst van ziekenzalving, biecht en heilig avondmaal. “God met ons in onze gebrokenheid”, is het thema. Het is op zich een dienst zoals andere diensten, zoals thuis in de kerk. Maar wat het voor mij bijzonder maakt, is de ruime ruimte voor wie lijden, in hun lijf of aan het leven. Zoveel mensen die vanavond voor zich laten bidden en een zalving met olie, op hun voorhoofd en/of handen, verlangen en ontvangen. Een teder gebaar. Het is ook troostend gebaar voor mij, als ik samen met de anderen een biddende gemeente om hen heen vorm. Zichtbaar wordt hoe we in leven en lijden met elkaar verbonden zijn. Niet “zorgen voor”, maar “zijn met”. Hierover zal Samuel Wells (Anglicaans priester en ethicus) morgen uitgebreider spreken. Vanavond wordt er een begin mee gemaakt. Hij windt er geen doekjes om. Kijk maar naar je eigen hand en stel je nu de hand van Jezus voor. Zijn wonden, mijn wonden, ze zijn verbonden.

 

Delen uit een dag in Delden – zaterdag

“To be with or not to be”. Niet zonder ons. Daar gaat de lezing van Wells vanmorgen over. Zijn typisch Britse, droge humor maakt luisteren tot een groot plezier. Voor ik het weet hol ik lachend nog achter een grap aan, terwijl er alweer wat nieuws met een kwinkslag wordt gezegd. Inhoudelijk kan ik geen recht doen aan wat hij verteld heeft. Wie benieuwd is, verwijs ik graag naar de website van Boekenlev, waar je zijn boek kunt bestellen. Volgens mijn vader staat daar bijna letterlijk de inhoud van de lezing in. Gouden tip dus.

De inhoud geeft te denken, en te doen, ik put hier inspiratie uit, ik was hierin al onderweg, dus het moedigt aan, van ‘zorgen voor’ naar ‘zijn met’. Ik heb ook aan den lijve ervaren wat dat betekent deze conventie. Dat “zijn met” is niet alleen voor degene die wil geven en zorgen een nieuwe ontdekking, maar ook voor wie die zorg en nabijheid ‘ontvangt’. Een zucht… van verlichting. Voor beiden durf ik te beweren.

 

Delen uit een dag in Delden – zondag

De laatste dag. De laatste keer samen ontbijten. De laatste keer samen naar de kerk. De laatste keer een zegen ontvangen, ook samen als conventiefamilie. De laatste keer samen lunchen en genieten van de kookkunsten van Rob, daarin bijgestaan door Karlijn. Inpakken en uitzwaaien. Alles opslaan en in bewaring leggen. Met nieuwe moed en hoop. God met ons. Niet zonder ons. Samen zijn. Gezegend gaan we weer huiswaarts, om tot zegen te zijn. Buiten Delden kan God ook niet zonder ons, kunnen wij niet zonder elkaar. Gelukkig maar.

Juni 2019, Mirjam van Veen

Share this post